BSM-de Jong ®

BSM staat voor Brain Stimulating Method. De therapie is genoemd naar Janny de Jong-Koutstaal, grondlegster van deze hersenstimulatie methode.

De BSM – de Jong® therapie is vooral geschikt voor kinderen, maar wordt ook ingezet bij adolescenten en volwassenen. Deze methode zoekt naar het verband tussen het functioneren van de persoon en zijn fysieke toestand. Uitgangspunt is dat leer-, gedrags- of ontwikkelingsproblemen zijn terug te voeren op een lichamelijke oorzaak. Deze oorzaak zoeken we op met deze therapie.

De Therapie is een trainingsmethode. Er wordt een bewegingsprogramma op maat gemaakt, dat men thuis dagelijks moet uitvoeren. Door deze bewegingen worden er gerichte prikkels naar de hersenen gestuurd. Het zenuwnetwerk wordt uitgebreid en hersengebieden worden sterker. Kinderen gaan beter presteren op school, voelen zich prettiger en/of gaan vooruit in gedrag, enz. 
Bij volwassenen uit het zich meestal in het welbevinden: minder hoofdpijn, zich prettiger voelen, enz.

Het onderzoek is erop gericht om de oorzaak op te sporen van het probleem. Dit gebeurt aan de hand van een uitvoerige vragenlijst: deze kunt u thuis invullen en naar mij terug sturen. Er worden vragen gesteld over o.a. zwangerschap, bevalling, verdere ontwikkeling, medische historie en erfelijke factoren. Natuurlijk is het ook mogelijk om de vragen door te nemen in een persoonlijk gesprek.

Er wordt een afspraak gemaakt voor verder onderzoek. Dan worden er testen afgenomen, die informatie geven over de prikkelverwerking van het horen en het zien. Er wordt gekeken naar het evenwicht en de oogmotoriek. Ten slotte vindt er een lichamelijk onderzoek plaats, volgens de Integrated Therapy.

Met al die gegevens wordt de oorzaak duidelijk en wordt er een BSM oefenprogramma gemaakt, speciaal voor dit kind, deze adolescent of volwassene: de hoeveelheid en het soort oefeningen is per persoon verschillend. Dit programma wordt doorgesproken en de bewegingsoefeningen worden voorgedaan, zodat er direct gestart kan worden met de therapie. De oefeningen moeten thuis dagelijks uitgevoerd worden en nemen 5 tot 10 minuten in beslag.

Na 2 weken is er telefonisch contact. Het oefenprogramma wordt aangescherpt. Dit is kosteloos.

Pas na 4 weken vindt de eerste maandelijkse controle plaats. Er wordt besproken hoe het gaat en er worden weer  testen afgenomen, zodat de voortgang kan worden vastgesteld. Indien nodig wordt er behandeld met de Integrated Therapy. Het BSM- bewegingsprogramma wordt aangepast.

Door de BSM oefeningen laat je een prikkel ontstaan, waarvan je denkt dat die niet vaak genoeg gegeven wordt. Op die manier worden “luie” delen van de hersenen in werking gezet. Deze zetten op hun beurt dan weer andere hersendelen in beweging, waardoor uiteindelijk het hele zenuwstelsel beter gaat werken. Er komt leven in de brouwerij. Belangrijk is dat het kind de bewegingen niet te snel doet.

De BSM oefeningen zijn simpele oefeningen. Men werkt bijvoorbeeld met een wankelplank, een bal, of moet een beweging maken die de juiste prikkel geeft voor het verbeteren van het probleem.

Praktijkresultaten

Enige tijd geleden is er een column geweest van de praktijkervaringen. Deze zijn hieronder te lezen.

De ouders van Tessa hebben ouderavond op de basisschool. Tessa is 7 jaar en zit in groep 4. De meester vertelt dat het allemaal een beetje moeizaam gaat met Tessa. Haar concentratie is slecht en klassikaal gegeven instructies lijken vaak langs haar heen te gaan. Ze krijgt extra begeleiding en ook wat oefenwerkjes mee voor thuis. Dit stelt de ouders eerst wel gerust: er wordt hard gewerkt voor hun kleine meid. Maar wanneer ze er thuis nog wat over napraten, hebben ze het gevoel dat er misschien meer aan de hand is met Tessa. Ze ziet altijd zo wit, is wat onrustig, ze heeft vaak last van groeipijn en ligt regelmatig nat bezweet in bed. Het gevoel van de ouders van Tessa is juist. Er is inderdaad iets met haar aan de hand. Uit het BSM-onderzoek kwam naar voren dat tijdens haar geboorte de navelstreng rond haar hals zat. Daardoor kan er een obstructie zijn ontstaan, die gevolgen heeft voor het verteringsproces. Voedsel wordt niet goed verteerd en verlaat ongebruikt het lichaam: er ontstaan tekorten. Er blijkt duidelijk een tekort aan calcium bij Tessa, dit verklaart een heleboel. Via de Integrated Therapy is er gewerkt aan die obstrucite. Daarnaast heb ik ze een programma gegeven met lichamelijke oefeningen, om het verteringssysteem versterken. Tijdens een volgende controle zit Tessa met een licht blosje op haar wangen tegenover me. Haar moeder vertelt dat Tessa een stuk rustiger is en zich beter kan concentreren. Ook de andere klachten zijn al minder geworden.

In een krantenartikel las ik over een vader van een autistische zoon, die na een jarenlange zoektocht, lichamelijke oorzaken vond die kunnen leiden tot autisme. Als BSM- therapeut kon ik dit verhaal volledig plaatsen. Veel problemen van kinderen hebben een lichamelijke oorzaak. Dit is de visie van de BSM-de Jong therapie. Wanneer de oorzaak is opgespoord, kun je er ook iets aan doen. Door te bewegen kan men de lichamelijke zwaktes versterken, waardoor tenslotte het hele systeem opknapt. Ik herinner me Debby. Ze had problemen met haar gedrag: zat in het autistisch spectrum, zoals dat zo mooi heet. Ze had o.a. moeite met het inschatten van sociale situaties, waardoor ze o.a. geen vriendinnetjes had. In de klas was haar gedrag vaak onacceptabel. De meester had het al eens over het speciaal onderwijs gehad: misschien dat ze in een kleinere klas beter zou functioneren. Haar moeder begreep ook wel dat er iets moest gebeuren, want thuis was de situatie ook ver van ideaal. Hoe kwam het toch dat Debby steeds zulke extreme uitspattingen had? Het lichaam ontwikkelt zich door te bewegen. Doordat Debby enkele fases van deze ontwikkeling, zoals het kruipen, had overgeslagen, waren bepaalde hersenkernen te zwak ontwikkeld. Door het geven van een BSM bewegingsprogramma hebben we deze zwaktes kunnen versterken. Onlangs kwam ze voor controle. Haar moeder was zeer tevreden: Debby kan op de reguliere basisschool blijven, in huis is het een stuk gezelliger en Debby brengt zelfs regelmatig een vriendinnetje mee.

Huilend komt Erik uit school. Ronald heeft me geslagen snikt hij. En ze vinden ook dat ik stomme schoenen aan heb. Dat is nu de zoveelste keer, denkt Manon. Zijn moeder maakt zich echt zorgen om hem. Erik wordt steeds vaker gepest. Het is slecht voor zijn zelfvertrouwen en dat is toch al niet zo groot. Manon heeft hier reeds met de juf over gesproken, zodat er op gelet wordt, maar toch is het steeds weer mis. Ook op de voetbalclub is hij de pineut. Verschillende keren heeft ze gezegd dat hij maar eens van zich af moet bijten, maar dat doet hij niet. Dan zou het volgens haar zo over zijn. Het doet haar pijn: een kind hoort een fijne jeugd te hebben, maar dat gaat op deze manier voor Erik niet lukken.
Manon vraagt zich af hoe het komt dat Erik zo’n pestobject is en zoekt hulp bij een BSM-de Jong therapeut. Deze vertelt dat de oorzaak ligt in het feit dat Manon in de zwangerschap veel stress heeft gehad. Dit heeft invloed op het kind. Nu moeten ze d.m.v. lichamelijke oefeningen bepaalde hersengebieden beïnvloeden. Hierdoor zal Erik zich snel beter voelen en een veel sterkere uitstraling krijgen. Andere kinderen zullen hem dan zeker niet meer zien als een pestobject: ze zullen aanvoelen dat ze bij hem geen succes meer zullen hebben. Erik zal na een tijdje een persoonlijkheid zijn die zijn mannetje staat en dat maakt het leven een stuk aangenamer voor hem.

Annet, de moeder van Moniek weet het niet meer. Moniek is 5 jaar en wil niet in haar eigen bed slapen. Ze is overal bang voor: voor onweer, harde wind en natuurlijk ook voor inbrekers. Ze slaapt al jaren bij haar ouders in bed. Wanneer Annet hier met vriendinnen over praat, vinden deze dat ze wat harder moet zijn voor Moniek. Gewoon in haar eigen bed en geen gezeur! Natuurlijk heeft ze ook dat al geprobeerd, maar zonder succes. 
Waarom is Moniek zo angstig en wil ze altijd bij haar ouders slapen? Er is volgens de BSM-therapeut een lichamelijke oorzaak voor haar probleem. Haar geboorte is zeer traumatisch verlopen: ze heeft letterlijk doodsangst uitgestaan. Nu kan ze zich dit natuurlijk niet herinneren, maar haar lichaam heeft daar wel gevolgen van ondervonden. Haar bijnieren werken te hard, waardoor een heel systeem ontregeld is. Door middel van eenvoudige lichamelijke oefeningen wordt dat systeem tot rust gebracht en daarna versterkt. Moniek zag de oefeningen als leuke spelletjes, die ze samen met haar vader of moeder deed. Na enkele maanden oefenen voelt Moniek zich een grote meid, want ze slaapt bijna elke nacht in haar eigen bed en ze is niet meer zo snel bang. Ze moet nog wel een tijdje doorgaan met de BSM-oefeningen voor een blijvend resultaat. Annet is blij en opgelucht: het heeft niet aan haar opvoeding gelegen dat Moniek zo angstig was. Er was een duidelijke oorzaak.

Een tijdje geleden kwam Chris, samen met zijn moeder, bij mij. Ik stelde een heleboel vragen aan hen en Chris praatte gezellig mee. Hij vertelde dat hij vaak aan het vechten was. Hij kon plotseling agressief worden en werd tijdens de pauze op school regelmatig naar binnen gestuurd. Als er maar “iets” gebeurde schoot hij uit zijn slof. Op het plein waren kinderen bang voor hem. Chris kwam op mij niet over als een pestventje. Hij zag er uit als een gezonde jongen. Iets te zwaar voor zijn leeftijd: wat mollig. Hoe kwam het dat hij soms zo agressief werd? Uit het BSM onderzoek bleek dat zijn geboorte nogal moeizaam was verlopen, waardoor een aantal lichamelijke processen niet goed op gang waren gekomen, zoals de vetvertering. De vetten werden niet goed opgenomen; ze bleven te lang in het lichaam en vergiftigden het. Tenslotte werden ze met de ontlasting uitgescheiden. Dit was herkenbaar voor zijn moeder, want Chris gebruikte altijd veel toiletpapier en liet nogal eens sporen na in de wc: hij had vettige ontlasting. Het lichaam heeft bepaalde vetten nodig en zal bij een tekort hierom blijven vragen. Ook hier konden we de vinger op leggen: Chris had een grote voorkeur voor fast food en andere vette voeding: vlg zijn moeder kon hij zelfs de jus wel drinken. Dus: hij at vetten, het lichaam nam het niet op en vroeg weer om vetten, Chris at weer, enz. Dit moest doorbroken worden. Ik gaf adviezen over voeding, hij werd behandeld met de integrated therapy en gaf hem BSM-oefeningen mee voor een blijvend resultaat. Zonder driftaanvallen voelt Chris zich een stuk gelukkiger.

De ouders van Niki hadden een afspraak met me gemaakt, omdat het niet goed ging met haar op school. Vooral het lezen gaf problemen en ze klaagde veel over hoofd- en buikpijn. Bij de testen viel het vooral op dat Niki moeite had met de convergentie (het scheel kijken): ze kon het niet volhouden om 5 tellen te kijken naar een rood voorwerp dat ik tegen haar neus hield. En van het volgen van dat voorwerp, een paar keer van links naar rechts en terug, kreeg ze prikkende ogen. Daarna liet ik haar op één been staan met haar ogen dicht. Hieruit bleek dat haar evenwicht zwak was. Uit het gesprek met haar ouders bleek dat haar moeder heeft moeten rusten in de zwangerschap. Dat is de reden van haar zwakke evenwicht. Het evenwichtsorgaan van het ongeboren kind ontwikkelt zich vanaf de 23e week van de zwangerschap. De bewegingen van het moederlichaam; het strekken, bukken en draaien veroorzaken een impulsenstroom, door het evenwichtsorgaan van het ongeboren kind, die ervoor zorgt dat het is uitgerijpt met 40 weken. Dit is van groot belang voor het evenwicht. Wanneer dit niet voldoende is, zal een kind bijv. lang met zijwieltjes fietsen, erg slingeren en misschien zelfs wagenziek zijn. Je ogen en je evenwichtsorgaan werken samen in één systeem. Ook voor het kijken dichtbij is een sterk evenwichtsorgaan van belang, dus ook bij het lezen. Je moet goed kunnen convergeren. Het zwakke evenwicht verklaarde dus de problemen van Niki met het lezen. Door het evenwicht te trainen en daarna de ogen, zal het lezen een stuk gemakkelijker voor haar worden en zal ze geen last meer hebben van hoofd- en buikpijn.

Sam, heb je het nu weer niet meegekregen?” De toon van de meester is lichtelijk geïrriteerd. Hij moet bijna alles voor Sam herhalen. Wanneer hij Sam persoonlijk een instructie geeft, is er geen probleem, maar klassikaal lijkt alles langs hem heen te gaan. Nu in groep 5 komen er steeds meer problemen naar voren. Zijn woordenschat is beperkt, hij heeft een woordvindingsprobleem en problemen met de tafels en zelfs de maanden van het jaar kan hij niet opsommen. Tijdens de ouderavond bespreekt hij zijn zorgen over Sam met de ouders. Deze herkennen het: hij is gewoon oost-indisch doof, zegt zijn vader. En de laatste tijd heeft hij ook nogal een kort lontje. Moeder denkt dat het geen opzet van Sam is en besluit hem te laten onderzoeken door een BSM-de Jong therapeut. Het gehoor van Sam blijkt inderdaad goed te werken. Alleen worden de gehoorprikkels te langzaam verwerkt. Dit komt doordat hij in zijn eerste levensjaren veel last heeft gehad van vocht achter het trommelvlies en oorontstekingen. Daardoor heeft het auditieve gebied in de hersenen zich niet goed kunnen ontwikkelen. Het is dus geen wonder dat zijn woordenschat niet goed is. De tafels en bijv. de maanden van het jaar leer je op klank en daarom is dat voor kinderen met een langzame auditieve verwerking moeilijk. In een klas, waar ook nog een veel ruis is, gaat er heel veel langs zo’n kind heen. Dit alles gaat op den duur doorwerken op het gedrag: eens kind raakt gefrustreerd. Heel begrijpelijk!!! De BSM-therapeut maakt een programma van lichamelijke oefeningen, die Sam dagelijks met zijn ouders moet doen. Dit programma zal er voor zorgen dat hij sneller gaat verwerken wat hij hoort en minder last heeft van omgevingsgeluiden en dat heeft een positieve invloed op zijn gedrag en zijn leerprestaties.

Zeven maanden geleden kwam Alex voor het eerst bij de BSM therapeut. Hij was 9 jaar en had de diagnose PDD-NOS. Tijdens de uitgebreide intake, vertelde zijn moeder dat Alex een hele gevoelige jongen was, die snel huilde en zich steeds tekort gedaan voelde. Op praktisch en sociaal gebied leek hij inzicht te missen: hij was met niemand echt bevriend. Op school had hij een achterstand met lezen, spelling en met rekenen (vooral met tafels).
De geboorte van Alex was moeizaam verlopen. De uitdrijving duurde erg lang. Door de vele weeën heeft zijn lijf het zwaar te verduren gehad: veel te veel prikkels gekregen. Dit verklaart zijn (prikkel) overgevoeligheid. De therapeut heeft een BSM oefenprogramma gemaakt, speciaal voor dit probleem, bij dit kind. Alex heeft de oefeningen, samen met zijn ouders, dagelijks moeten doen. Dit heeft er voor gezorgd dat zijn lichaam leerde beter prikkels te verwerken. Het programma moest heel voorzichtig opgebouwd worden, anders raakte hij juist overprikkeld. Tijdens een BSM controle vertelde zijn moeder dat Alex erg was veranderd: hij zat beter in zijn vel, de omgang met andere kinderen verliep soepeler en ook op school ging het beter. Uit de testen die de BSM therapeut deed, bleek dat hij erg vooruit was gegaan: door de verbeterde prikkelverwerking is zijn waarneming verbeterd, wat resulteert in betere schoolresultaten.

Maartje is een meisje van 8 jaar. Haar moeder belde me omdat Maartje grote problemen heeft op school. Om het minste of geringste, slaat ze helemaal op tilt en is niet meer voor rede vatbaar. Zelfs haar juf kan dan niets meer met haar beginnen. Maartje staat veel op de gang en heeft geen vriendinnetjes: ze is het buitenbeentje geworden van de klas. Intussen is Maartje een gefrustreerd en eigenlijk heel eenzaam en verdrietig meisje geworden. Alles bij elkaar een hele zorglijke situatie. Uit het uitgebreide BSM onderzoek blijkt o.a. dat Maartje zich als baby overstrekte en dat ze niet heeft gekropen. Dit is de oorzaak van haar probleem.
In onze hersenstam bevindt zich een kern die verantwoordelijk is voor het strekken en buigen. Ook verzorgt deze kern de rem op onze gedachten en ons gedrag. Wanneer deze kern in aanleg zwak is, kan een baby zich gaan overstrekken. Door te kruipen, met de buik vrij van de grond, ontwikkelt deze kern zich verder. Helaas heeft Maartje niet gekropen. Door het ontbreken van een krachtige remming heeft ze problemen met haar concentratie, het inslapen en haar gedrag. De BSM therapeut heeft voor Maartje een programma gemaakt van bewegingsoefeningen, die ze dagelijks moet doen. De oefeningen zorgen ervoor dat de zwakke kern krachtiger gemaakt wordt en het verdriet van Maartje naar buiten komt, zodat ze haar frustratie kwijt raakt. Al snel zagen de ouders en de juf verbetering. Dat was de eerste stap in de goede richting, Maartje moet de BSM oefeningen wel een tijdje blijven doen, om een goed resultaat te houden. Dit heeft ze er zeker voor over. Ze voelt zich veel gelukkiger nu ze een kind is dat net zo wordt behandeld als de andere kinderen uit haar klas: ze is geen buitenbeentje meer.

Onlangs werd ik gebeld door de moeder van Klaartje. Op school was de term beelddenker genoemd en de moeder vroeg of ik daar wat mee kon. 
Beelddenken is een specifieke vorm van informatieverwerking, die zich kenmerkt door het denken in beelden/totaliteiten. Wanneer een kind leert lezen, leert het losse woorden: begrippen. Vooral de woorden zonder enige betekenis (de, het, gisteren) geven problemen, net als de losse letters: er is geen beeld bij. Een beelddenker heeft moeite met het omzetten van beelden in woorden: dus een gebeurtenis navertellen is lastig: het zoeken naar woorden kost veel tijd. Andersom, van woorden naar beelden gaat eveneens moeilijk. Ook dit kost weer veel tijd en het kind lijkt af te dwalen met de gedachten, maar doet dan juist goed z’n best. We worden allemaal als beelddenker geboren en leren de wereld om ons heen ontdekken en kennen door te zien, bewegen, horen, te voelen en tasten. Zo vindt een gecompliceerde ontwikkeling plaats naar o.a. taal. Wanneer het begripsmatige talige denken zich niet goed ontwikkelt, dan heeft dit consequenties; het geeft vaak schoolproblemen. Door het volgen van een BSM-de Jong oefenprogramma kunnen we de achtergebleven ontwikkeling alsnog beïnvloeden. De hersenen van een beelddenker moeten geactiveerd worden, zodat luie delen ook deel gaan nemen aan het lees/leerproces.

Enige tijd geleden kwam Bas met zijn moeder bij me. Hij is 15 jaar. Hij vertelt dat het moeizaam gaat op school: door onrust in zijn hoofd, kan hij zich niet concentreren. Voor mij als BSM therapeut is het de taak om uit te zoeken wat de oorzaak is. Uit het gesprek met zijn moeder blijkt dat Bas veel last heeft gehad van oorontstekingen en hij laat ging praten. Later op de basisschool ging het lezen moeizaam, vooral het tempo was erg laag. Ook de tafels kreeg hij er niet in. Wanneer iemand hem wat vraagt, moet dit meestal herhaald worden. Naast het uitgebreide gesprek met de moeder neem ik ook de gebruikelijke testen af. Dit verloopt allemaal zonder problemen, tot ik hem via een koptelefoon woordjes laat horen, die hij na moet zeggen. Ik zie de onrust/paniek op zijn gezicht. Het is duidelijk: zijn hersenen kunnen de woordenstroom niet zo snel verwerken: het lijkt wel een kippenhok in zijn hoofd. Dit gebeurt ook in de klas. Hij heeft last van omgevingsgeluiden en mist daardoor veel van de instructies. Hij hoort wel goed, maar verwerkt het traag. Hierdoor lijdt de concentratie. De hersenbanen die zorgen voor de verwerking van het gehoor moeten worden gestimuleerd. Bas moet een BSM oefenprogramma volgen.Tijdens de controle blijkt dat hij al meer rust heeft in zijn hoofd en hij steekt beter in zijn vel. De testen bevestigen de vooruitgang. Hij moet nog wel een tijdje blijven oefenen voor een optimaal en blijvend resultaat, maar het begin is goed.